Dienen

‘Dezen zijn het die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam. 15 Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden. (Openbaring 7:14b,15)

Lijkt niet echt een gepaste beloning, hebben ze hun leven al ingezet voor God mogen ze Hem daarna verder gaan dienen. Niet echt iets om naar uit te kijken. Maar dat komt omdat wij een verkeerd beeld hebben van God dienen. Er is in ons misschien weinig verlangen om God te dienen omdat we denken aan saaie momenten van aanbidding of kerkdiensten.

29 Toen zei Mozes: U moet zich vandaag aan de HEERE wijden, ja, ieder moet zich tegen zijn zoon en tegen zijn broeder keren, opdat Hij vandaag Zijn zegen over u zal geven. (Exodus 32:29)

Nadat het volk Israël het gouden kalf had vereerd en God en Mozes daar erg boos over waren, bleek dat de stam van Levi trouw was gebleven aan God. En omdat zij trouw waren gebleven kregen zij als beloning de taak om God te dienen. Dit dienen bestond uit het werk in de tempel, ieder zijn eigen taak.

Dit was een enorme beloning die God daar gaf aan deze stam. Zij hadden laten zien dat zij voor God hadden gekozen en God hen daarom een plaats dicht bij Hem gaf. Zij mochten tot Hem naderen, zij mochten in Zijn aanwezigheid zijn in de heilige tabernakel.

11 Want zo hoog de hemel is boven de aarde, zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen. (Psalm 103:11)

Vele malen in de bijbel verteld God dat als wij Hem vrezen of dienen dan zal Hij Zijn liefde laten blijken in ons leven. Dit is niet kinderachtig, dit is het werkelijke doel in ons leven. Dat wij God dienen boven alles, dat wij Hem lief hebben boven alles en dan zal God Zich laten kennen als die God van liefde.

De beloning voor de mensen die uit de grote verdrukking komen is een gepaste beloning, die past in het karakter God beschreven in de hele bijbel. Zij hebben laten zien dat ze trouw willen blijven aan God ondanks de omstandigheden. En God beloond hen er voor door voor Hen de God te zijn die trouw is in Zijn beloften.

16 Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. 17 Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen. (Openbaring 7:16,17)

Want als wij trouw Hem dienen zal Hij trouw onze God zijn. Maar wij proberen alle facetten van het leven zelf in handen te houden die God eigenlijk voor Zijn rekening wil nemen. Maar als wij Hem aanbidden en Hem dienen in ons leven dan wil Hij die verantwoording op Zich nemen en ons toelaten in Zijn aanwezigheid.

Leven in Zijn aanwezigheid is de grootste beloning die we kunnen krijgen.

This entry was posted in 02 Exodus, 19 Psalmen, 66 Openbaring. Bookmark the permalink.